Nederlandse ambassade in Buenos Aires, Argentinië

Archief 2011

Pluimveesector in Argentinie heeft vrije uitloop (15-06-2011)

Nieuwe EL&I sectorstudie onderschrijft kansen voor Nederlandse bedrijven

Alle projecties over de toekomstige vraag tonen aan dat de wereldwijde consumptie van pluimveevlees fors gaat stijgen de komende jaren. De regio die het meest gaat profiteren van die vraag is zonder twijfel Latijns-Amerika. Brazilie domineert nu al 40% van de wereldhandel. In het kielzog van deze gigant is ook Argentinie bezig met een flinke opmars: de productie van pluimveevlees verdubbelde er de afgelopen zeven jaar en kwam in 2010 uit op 1,7 mln ton. Dat is niet waar de ambities van Argentinie ophouden: tot 2017 zal de productie stijgen naar 2,6 mln ton. Om het Nederlandse bedrijfsleven te informeren over de kansen die de Argentijnse pluimveesector biedt, heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een rapport laten opstellen dat in de maand juni is uitgekomen. Het maakt duidelijk waar de sterke en zwakke kanten van de sector liggen en het identificeert de belangrijkste spelers. Een stevige basis onder de groei van de afgelopen jaren is de toename van de binnenlandse consumptie geweest. De consumptie per hoofd lag in 2010 op 35 kg per capita en zal tot 2017 stijgen naar 44,5 kg per capita. Omdat de sector wordt aangevoerd door een aantal grote integraties hebben de bedrijven afspraken kunnen maken met de overheid om de prijzen niet uit de pas te laten lopen met de inflatiedoelen van de regering. De markt heeft zich daardoor in alle rust kunnen ontwikkelen en is niet geplaagd door interventies die de rundvleessector de laatste jaren wel parten hebben gespeeld. De export in 2010 was 300.000 ton; in 2017 moet dat uitkomen op 645.000 ton. De groei in de productie zal gepaard gaan met een toename van de slachtcapaciteit naar 962 mln vogels per jaar in 2017, fors hoger dan de capaciteit van 645 mln nu, verdeeld over 54 slachthuizen. Opvallend is het relatief lage aandeel van verwerkte kipproducten. Op dit moment bestaat 85% van de afzet in eigen land uit hele vogels. Ook dat zal de komende jaren gaan veranderen hetgeen kansen biedt voor Nederlandse ondernemingen. Het rapport onderschrijft een conclusie die ook de Rabobank al eens presenteerde: de huidige productiekosten in Argentinie zijn nog lager dan in Brazilie. De lage voederkosten zijn een belangrijk comparitief voordeel. Argentinie is de grootste exporteur van sojameel ter wereld en de tweede exporteur van mais. Het beleid is erop gericht meer van deze grondstoffen in eigen land tot waarde te brengen. Energie en arbeid zijn twee andere kostenposten maar daarvan moet worden aangenomen dat die de komende jaren gaan stijgen. Het zal leiden tot grotere interesse in mechanisatie en slimme huisvestingsystemen. Overigens voldoen de huidige stallen al wel aan de Europese normen van dierenwelzijn. Er is geen wetgeving over in Argentinie maar met een gemiddelde dichtheid van 26 kg/m2 en goede voorzieningen in de stallen blijven de producenten binnen de normen van de EU. Het rapport over de pluimveevleesproductie maakt deel uit van een ‘Argentijns vierluik’ wat het ministerie van EL&I onder de aandacht van het bedrijfsleven wil brengen. Er verschijnen op zeer korte termijn eveneens sectorstudies over de eiproductie en – verwerking, over mengvoeders en over de varkenshouderij.

Het rapport is op te vragen via Lia Luijkx, e-mail: a.p.Luijkx-Visser@minlnv.nl

Grote sojabedrijven naar de beurs (02-06-2011)

Los Grobo SA is een van Argentinie´s grootse sojaproducenten. Om nieuwe uitbreidingen te kunnen financieren heeft de onderneming een notering aangevraagd aan de aandelenbeurs van Sao Paolo. Los Grobo beheert al ca. 250.000 ha land in de Mercosur maar wil het areaal in Brazilie de komende jaren verdrievoudigen. Door het uitgeven van aandelen hoopt Grobo tussen de US$300 mln en US$400 mln op te halen.Adecoagro, een andere Argentijnse firma waarin onder meer George Soros en de de staat Qatar participeren, ging in januari van dit jaar naar de beurs in New York. De grootste sojaproducent van Argentinie, El Tejar heeft plannen voor een beursgang tijdelijk stopgezet maar hoopt deze in 2012 te kunnen doorzetten. Los Grobo en El Tejar zijn netwerkbedrijven die fungeren als contractmanagers. Ze bezitten zelf vaak nauwelijks land. Door specialisatie van deelactiviteiten in de teelt en scherp inkoopbeleid bereiken ze schaalvoordelen. Het model is opgekomen in de jaren negentig in Argentinie en is een motor geweest achter de verhoging van de sojaopbrengsten in het land. Overigens zijn beide bedrijven lid van de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja.

Hilton-quota 2011 wederom onbenut (28-05-2011)

Weer gaat het Argentinie niet lukken om het tariefvrije Hilton-quotum van 28.000 kwaliteitsrundvlees voor de EU vol te maken. Als op 30 juni a.s. een streep onder dit seizoen wordt gezet, zal vermoedelijk 2000 ton van het quotum onbenut zijn gebleven, zo verwacht de Argentijnse vleessector. De afgelopen drie jaar heeft Argentinie continu deze problemen gehad en werd in totaal ruim 13.000 ton niet benut. Dit seizoen zou het allemaal gesmeerd gaan, had de regering Kirchner zich voorgenomen. De quota waren niet zoals in het verleden aan vooral grote bedrijven gegund maar aan 45 slachthuizen en 31 cooperaties, en er waren tussentijdse doelen gesteld om de quota vol te maken. Het probleem was dat de bureaucratische mechanismen haperden waarmee onbenutte hoeveelheden tussentijds konden worden verleend aan bedrijven die wel de capaciteit hadden. - de grootse met name . De continue interventies van de overheid in de afgelopen jaren hebben de sector in belangrijke mate ontwricht. Het aanbod is afgenomen, de prijzen zijn afhankelijk van de snit tussen de 40% en de 70% gestegen in het afgelopen jaar, en de consumptie per capita is daardoor gedaald naar minder dan 50kg per jaar - en dat terwijl de interventies en de exportbeperkingen juist ten doel hadden om de Argentijnen van goedkoop voedsel te voorzien. Ondanks de gestegen prijzen waar ook de veehouders van profiteerden, is het onduidelijk of het herstel al is ingezet. De totale stapel was in elk geval op 1 april jl ten opzichte van een jaar daarvoor nog afgenomen met 2% naar minder dan 48 mln dieren. Ten opzichte van dezelfde peildatum in 2008 is sprake van een neergang van 17%. Na 3 juni is er geen mogelijkheid meer om rundvlees per koelschip naar de EU te exporteren; de resterende hoeveelheden zullen per luchtvracht vervoerd moeten worden. Voor de maand juni heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Handel in allerijl nog exportvergunningen voor 3000 ton afgegeven, maar in aanmerkingen genomen dat elk geslacht dier slechts 28 kg quotumwaardig vlees oplevert, weet iedereen in de sector dat dit onhaalbaar is: op 30 juni zal er 2000 ton minder geleverd zijn dan mogelijk was geweest. Gederfde opbrengst: bijna 27 mln US$.

EU/Mercosur vrijhandelsakkoord: geen voortgang in Asunción (08-05-2011)

Afgelopen week was er in Asunción een ontmoeting tussen de Mercosur en de EU in het kader van de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord. Wie wilde weten hoe de vergadering was verlopen, keek daarvoor vergeefs in Argentijnse kranten; die meldden daarover niets. Via internet was uiteraard wel van alles te vinden. De partijen zijn er niet in geslaagd concrete voorstellen uit te wisselen zoals de bedoeling was. Joao Machado, plv DG Handel bij de Europese Commissie zei dat de partijen dat zullen doen als ze klaar zijn, zonder daarbij een datum te noemen (die omschreef hij als ´een kunstmatige limiet´). In juli is een volgende vergadering in Brussel, daarna gaat het verder in oktober in Uruguay.Het lijkt erop dat het aanvankelijke optimisme is verdwenen. Zoals gezegd is een mogelijk handelsakkoord volstrekt geen thema in Argentinie. Voor presidente Kirchner is het behoud van werkgelegenheid in de industrie in dit verkiezingsjaar een halszaak, en ook na de verkiezingen zal zij geen arbeidsonrust riskeren om de landbouw nog hoger te paard te zetten. Voorzitter van de Werkgeversunie De Mendiguren erkende onlangs op een seminar van de Duitse Kamer van Koophandel in Buenos Aires dat de Argentijnse industrie in de onderhandelingen een obstakel is maar zei ook dat de industrie de capaciteit en de creativiteit heeft om bij voorspelbaar overheidsbeleid de wereld te veroveren. Hij noemde daarbij als potentiele successectoren biosciences, de autoindustrie, landbouwwerktuigen, het soja-complex en de wijnbouw en zweeg over sectoren als witgoed - afgelopen week werden er weer eens antidumpingmaatregelen ingesteld tegen Chinese ijskasten. Het is juist in dit soort industrien waar Argentinie grote werkgelegenheidsbelangen heeft en waar de concurrentiekracht in de loop der jaren is vervlogen; niet op de laatste plaats door het weren van invoerproducten en het afschrikken van investeerders. Het zijn niet alleen de Chinese handelsbelangen die Argentinie schaadt met z´n soms wat ondoorzichtige invoerbeleid, gesponnen rond anti-dumping maatregelen en mistige afgifte van invoervergunningen. Braziliaanse bedrijven worden eveneens met grote regelmaat het slachtoffer en zij verliezen hun geduld met het Argentijnse invoerbeleid. Dergelijke ontevredenheid zet nog eens in de schijnwerper dat de Mercosur - toch bedoeld te functioneren als een douanieunie - na z´n 20-jarig bestaan in het geheel niet vergelijkbaar is met het functioneren van de EEG toe die 20 jaar bestond. Gemeenschappelijke instituties zijn er niet en een gemeenschappelijke visie op de toekomst evenmin. De vier leden van de Mercosur zijn ook te divers daarvoor. Brazilie is er tot frustratie van Argentinie aan de bovenkant uitgebroken en is op eigen kracht een wereldspeler geworden. Dat de leden van de Mercosur landbouwcommodities verkopen (en naar hun gevoel steeds meer in een ´seller´s market´), dat bindt ze. In elk geval in Argentinie is niets te bespeuren van de bevlogenheid die Europeanen kan kenmerken. Op het eerder genoemde seminar van de Duitse Kamer van Koophandel sprak ook de president van Volkswagen Latijns-Amerika, de Oostenrijkse oud-president Viktor Klima. Hij sprak gloedvol over het belang van een handelsakkoord, over regionalisatie als antwoord op globalisatie, stabiliteit in een woelige wereld door regionale integratie. Hij kreeg een beleefd applaus maar in de Mercosur zijn dat woorden die op rotsige bodem vallen.

Optimisme over volgende areaal tarwe (03-05-2011)

De wolken aan de horizon waren welkom: overvloedige regenbuien in de Argentijnse akkerbouwgebieden afgelopen week zorgden voor enig optimisme over het areaal tarwe dat ingezaaid gaat worden. Schattingen gaan uit van een stijging met 15% tot 5,0 mln hectare. Tarwe is een perfect gewas om te laten volgen door een late sojateelt, de zgn ´soja de secunda´. Ook de wereldmarktprijzen zorgen voor een positief sentiment.Zoals vaker de laatste jaren in Argentinie is het de politiek die boeren schuw maakt. Tegen de tijd dat er geoogst gaat worden zijn de presidentsverkiezingen geweest. De vraag die de boeren sterk bezighoudt is of ze hun tarwe aan het begin van 2012 gewoon kunnen verkopen. Een herverkiezing van Cristina Kirchner houdt wellicht in dat allerlei exportbeperkingen worden voortgezet die dit seizoen de vreugde rond een goede oogst teniet deed. Van de vorige oogst van 15 mln in nog bijna de helft niet verkocht. Binnenlandse kopers zijn er niet en de export is gelimiteerd. Als presidente Kirchner zich herverkiesbaar zou stellen is de kans groot dat ze wint.

Uitbreiding landbouw in het zuiden niet zonder controverse (21-04-2011)

Uitbreiding van de sojateelt in Argentinie wordt vaak geassocieerd met het verdwijnen van bossen en andere gebieden rijk aan biodiversiteit in het noorden. Een mogelijke uitbreiding in de zuidelijke provincie Rio Negro (Patagonie) werpt een nieuwe en andere controverse op: die heeft niet zozeer betrekking op het nieuwe areaal maar op het feit dat het een Chinees bedrijf is dat 240.000 hectare van irrigatie gaat voorzien om akkerbouw te gaan bedrijven. Ook de manier waarop de provinciale bestuurders een overeenkomst hebben getekend, roept hier en daar kritiek op.Het probleem van de landbouw in Rio Negro is water. Er valt per jaar in het noorden van de provincie niet meer dan gemiddeld 280 mm en irrigatie is dus nodig. Op een totaal oppervlak van 200.000 km2 (vijf keer Nederland) wordt in de Provincie 120.000 ha voor landbouw gebruikt; het meeste voor de fruitteelt. Soja wordt nu geteeld op ongeveer 500 ha en nog eens 3000 ha met mais. Vooral mais doet het goed in de regio, met opbrengsten van 10 ton per ha bij 700 mm irrigatie. Mais geeft beter rendement bij irrigatie dan soja, en het kan makkelijk in de regio worden afgezet; soja moet naar een haven worden gebracht voor export. Qua zonlicht ligt de regio prima, op 40 graden zuiderbreedte. Ter vergelijking: op 40 graden noorderbreedte ligt Illinois, de befaamde Amerikaanse landbouwstaat. En toen kwamen de Chinezen, beter gezegd, de Heilongjiang Beidahuang State Farms uit Harbin. Al in oktober werd een akkoord getekend voor het project. De Chinezen beloven daarin 240.000 ha onder inrrigatie te brengen in vijf verschillende valeien, met een mogelijke uitbreiding naar 320.000 ha. De verplichtingen van de provincie zijn niet gering. Men moet kantoren en een proefstation van 3000 ha inrichten plus een zeehaventerrein van 5 ha, de investeringen met regelgeving faciliteren en alle gegevens overhandigen die betrekking hebben op de watersituatie. De verplichting van de Chinese counterpart is niet meer dan ´het verrichten van de werken die het mogelijk maken dat men de gekozen gewassen kan inzaaien´ en het investeren 20 mln US$. Provinciale bestuurders houden het erop dat het uiteindelijk zal gaan om 100 mln US$. Interessant is dat de gewaskeuze in het geheel niet vaststaat. In de provincie gaat men ervan uit dat mais het belangrijkste gewas zal zijn, Bestuurders hebben zich in het verleden zeer negatief uitgelaten over sojamonoculturen maar ze zouden de Chinese partners niets in de weg kunnen leggen als zij dat anders bepalen en wel overwegend soja gaan planten. De opbrengst op de geirrigeerde akkers is toch nog 3500 kg/ha. Gouverneur Miguel Saiz, een supporter van president Kirchner zei dat de provincie ´een historische kans heeft om een integraal ontwikkelingsproject te formuleren dat de laatste nog onbebouwde valeien van Latijns-Amerika met een gematigd klimaat in cultuur brengt´.En: ´Rio Negro springt op de Chinese trein´.

De ideologie van het non-landbouwbeleid, of 'how to gain from the grain' (15-04-2011)

De relatie tussen de Argentijnse regering en de landbouwsector is ernstig vertroebeld, zoveel is bekend. Traditioneel heeft het peronisme altijd al moeite gehad met de grote landeigenaren en boeren maar sinds maart 2008 zijn de verhoudingen pas echt op scherp gezet. De regering van Nestor Kirchner trachtte toen variabele exportheffingen te introduceren die ertoe zouden hebben geleid dat de boeren een stijgend percentage van hun opbrengst als exportbelasting hadden moeten afdragen, ongeacht hun kostenniveau. In een maanden durende strijd heeft de landbouw het voorstel indertijd van tafel gekregen, met de stem van vicepresident Cobos als beslissend element. De campagnes voor de presidentsverkiezingen van oktober 2011 zijn in de nadagen van dat landbouwconflict reeds gestart. Een landbouwbeleid voerden de Kirchners niet. Nestor niet, en evenmin zijn vrouw Cristina die vanaf eind 2007 het ambt van president vervult. Het is interventionistische anti-inflatiepolitiek die de jas aanheeft van landbouwbeleid. Nu de verkiezingen dichterbij komen, is steeds beter te ontwaren wat in ideologische zin het doel is van Kirchner: de nationalisatie van de graanhandel. Dat leek een abstract na te streven doel maar je mag je serieus afvragen of er de komende tijd geen dramatische stappen in die richting te verwachten zijn, b.v. een Nationale Graan Raad.Op veel manieren tracht de regering zijn invloed op het economisch leven te vergroten en de controle te krijgen over cruciaal geachte sectoren. Aansprekende voorbeelden zijn de nationalisatie van de pensioenfondsen en van bedrijven als Aerolineas Argentinas (verlies: US$ 1,5 mln per dag, met een onervaren vriendje van de zoon van Kirchner aan het hoofd). Recentelijk komt daarbij dat de staat in alle ondernemingen waarin het aandelen bezit, leden van het management wil benoemen. Een wet die deze mogelijkheid beperkte, werd deze week per nooddecreet buiten werking gesteld. Ervaring en kennis zijn niet de kwalificaties die kandidaten moeten bezitten maar wel trouw aan de peronistische idealen van de president, in Argentinie al eenvoudig als kichnerisme betiteld. Dit is dan wat blijkbaar moet worden verstaan als ´de verdieping van het model´ (profundizar el modelo) waarmee het hele verkiezingsprogramma van Cristina samen te vatten is - of beter gezegd: geciteerd. De landbouw staat er op de lijstjes van deze president in het bijzonder slecht voor. De sector wordt geacht de bevolking van 40 mln personen goedkoop te voorzien van rundvlees, melk, tarwe en mais, en de overheid te voorzien van middelen, vooral via de export van soja, een gewas dat voor de binnenlandse markt niet belangrijk is. Dat er ondanks dat alles nog geld zou worden verdiend, is onverdraagbaar; ´de winst van de een is het verlies van de ander´, zo luidt een van de basisregels van het peronisme. En terwijl in 2003 de kleine boeren nog massaal voor Kirchner stemden, vallen er nu in de landbouw ook geen stemmen (meer) te behalen. De onderlinge verschillen tussen de vier belangrijke boerenorganisaties zijn in gezamenlijk weerzin tegen de landbouwpolitiek irrelevant geworden, een unicum in de Argentijnse historie. De laatste maanden heeft de staat zijn greep op de landbouw ernstig vergroot. De bureaucratisering van de sector had daarvoor al grootse vormen gekregen maar kreeg een nieuwe dimensie aan het begin van dit jaar met de agendering van de arbeidsomstandigheden in het ruraal seizoenswerk. Beschuldigingen over 'slavernij, mensenhandel en concentratiekampen´ drongen de boeren in het defensief en hebben inmiddels geleid tot nieuwe wetgeving die de boeren als niet-realistisch ervaren, enkel als kostenverhogend. Alles wat te maken heeft met het inhuren van seizoensarbeid trekt de overheid naar zich toe. Een andere recente maatregel is dat boeren tenminste 48 uur van tevoren moeten melden aan de Belastingdienst waar en wanneer zij soja gaan oogsten. Op niet-naleven van de meldingsplicht staan forse sancties. De overheid kan live en direct de oogst volgen (die met de huidige prijzen goed zou zijn voor een opbrengst aan exportbelastingen van ruim US$8,5 mrd). Enkele recente ontwikkelingen doen vermoeden dat er stormachtige tijden aankomen. Vooraleerst geldt dat de niet bijster vergevingsgezinde Kirchner sinds maart 2008 is blijven azen op een verhoging van de exportbelasting. Een sojaprijs van US$ 500 per ton en zoiets als tevredenheid bij de boeren over de opbrengst nodigt uit tot graaien, zeker als de strategie van de herverkiezing een verdere ruk naar links is. En dan is er een speech van de minister van Landbouw, Julian Dominguez over de graanhandel. Hij sprak over ´het oprichten van een werkelijk nationaal kapitalisme waarin we onafhankelijk zijn van grote multinationale ondernemingen´. Ook: ´het is legitiem dat Argentinie de aspiratie heeft dat nationaal kapitaal actief deelneemt in de graanhandel. Het is niet voldoende dat we er rendement op maken, we moeten actief deelnemen en niemand zal mij als Argentijn het recht ontnemen om te vechten voor die eis´. Nationalisatie werd ontkend, beheersing van de handel niet. Nu is de minister van Landbouw niet heel bepalend in de vorming van een landbouwbeleid; zoals gezegd is dat er niet. De minister is eerder vergelijkbaar met wat vroeger bij LNV de directeur van Dienst Regelingen was. Hij tracht meestal de beurse plekken weg te masseren als de president weer eens een boerenverketterende speech heeft gehouden maar dat maakt de woorden van Dominguez over de graanhandel nou juist zo interessant. Op de dag dat de minister de speech hield, publiceerde de denktank CANPO voorts soortgelijke adviezen: richt met het oog op de voedselvoorziening een staatsagentschap op dat de graanhandel dicteert. Vreemd voor het land zou het niet zijn: van 1933 tot 1991 had Argentinie in verschillende vormen een Nationale Graan Raad (Junta Nacional de Granos). ´Bepaal eerst wie je vijand is, en bepaal daarna pas je strategie´, is een van de regels van het kirchnerisme. Overheidscontrole over de graanhandel is in lijn met allerlei andere ontwikkelingen maar is bovendien als doel al na te streven omdat daarmee, na drie jaar vruchteloos wrikken, de eenheid binnen de verenigde boerenorganisaties wel verbroken zal worden. De Federation Agraria, belangenbehartigers van de kleine boeren, vraagt al jaren traditiegetrouw om een staatsagentschap dat de handel reguleert - en subsidies uitdeelt. Controle over alle aspecten van de markt (werkelijk alle) heeft de regering zich ook trachten te verwerven in de rundvleessector. Dat heeft na 5 jaar interventies geleid tot afname van de stapel, krapte op de markt, tuimelende export en prijsstijgingen in het binnenland. Nu is dat een ingewikkelde sector met oneindig veel aanbieders, heel veel verwerkers, een informeel circuit en een groot aantal verschillende snitten. De graanhandel is wat dat betreft overzichtelijk; alle producten gaan langs de flessenhals van een handvol verwerkers en een handvol multinationale exporteurs. Presidentsverkiezingen in Argentinie betekent dat je het onverwachte moet verwachten. Voor wie de tekenen verstaat, hoeft een forse interventie in de graanmarkt niet onverwacht te komen.

Goed melkjaar in 2010 (30-11-2011)

De Argentijnse melkveehouderij heeft een redelijk jaar achter de rug. De

productie steeg in 2010 met 400.000 ton tot 10.800 ton. Een belangrijk facet was dat de staatssecretaris voor Binnenlandse Handel, door presidente Cristina

Kirchner belast met de bewaking van het inflatiecijfer, de melkprijs geleidelijk liet oplopen. Over heel 2010 nam de prijs met 36% toe tot 1,41 peso (omgerekend bijna 0,25 €), met nog iets hogere prijzen aan het begin van de zomer. Voor een deel lieten de supermarkten de doorbelasting van de hogere prijzen aan consumenten achterwege. Daar staat tegenover dat de boeren in 2009 werkelijk steen en been klaagden over de prijscontroles en ook acties voerden. De zuivelconsumptie bleef op peil het afgelopen jaar; de consumptie per hoofd in Argentinie ligt boven de 200 kg per jaar. De situatie heeft vooralsnog niet geleid tot groot optimisme voor het jaar 2011 en daardoor worden investeringen in extra capaciteit maar mondjesmaat gedaan. Er worden eind oktober verkiezingen gehouden in Argentinie en de boeren zijn er niet gerust op dat interventies in de markt de komende maanden zullen uitblijven. Sinds 2003 wordt er ingegrepen om lage prijzen op de binnenlandse markt te garanderen. De meest rigoreuze maatregelen waren exportbelastingen oplopend tot 50% en later een export verbod. Hoewel niemand momenteel deze escalatie werkelijk verwacht, zijn boeren tot de verkiezingen uiterst schichtig. De andere schaduw over de toekomst is de inflatie. Die zal dit jaar naar schatting 30% zijn waardoor de kosten voor de melkveehouders nu toch fors oplopen. Niettemin gaat men er vanuit dat de productie in 2011 toch opnieuw licht zal stijgen tot 10.800 ton. De stevige prijzen voor vaarzen zijn een bewijs voor de positieve ondertoon. Een interessante bijkomstigheid van deze situatie was dat melkveehouders minder snel geneigd waren om dit seizoen grond te verpachten aan sojaboeren zoals in 2008 en 2009 veel gebeurde.

Aanmelden datum en tijdstip van de sojaoogst (15-03-2011)

De bureaucratisering van de Argentijnse sojasector heeft onverwacht een nieuwe dimensie gekregen. De belastingdienst (AFIP) heeft de ca 90.000 middelgrote en grote boeren opgedragen dat ze maximaal 48 uur van te voren moeten aangeven op welke datum en op welk tijdstip ze de soja gaan oogsten. Ook de inzet van loonwerkers moet tot in detail worden opgegeven. Omdat ook elke vrachtwagenbeweging al door de AFIP wordt bijgehouden, zal de hele sojaoogst live en direct door de belastingdienst kunnen worden gevolgd. De boeren zijn verbolgen over de maatregel die in hun ogen andermaal aantoont dat de regering de landbouwpraktijk niet begrijpt. De beschikbaarheid van de loonwerker, het weer of de vochtigheid zijn voor de hand liggende factoren die het plannen van het aanvangstuur van de oogst bemoeilijken. Er staan bovendien forse sancties op het niet naleven van de maatregel. De oogstperiode start half april in het noorden en duurt ca twee maanden. In de opening van het parlementair jaar op 1 maart jl beschuldigde presidente Cristina Kirchner de boeren nadrukkelijk van belastingontduiking. Ook de graanexporteurs zijn de laatste tijd regelmatig slachtoffer van invallen van de AFIP. Beschuldigingen over belastingontduiking worden in de pers breed uitgemeten maar niet opgevolgd door aanslagen of naheffingen. De belangrijkste financiele kant van de sojasector zijn de exportbelastingen van 35%. Via deze belastingen vertegenwoordigt de komende sojaoogst een potentiele opbrengst voor de regering van US$ 8,4 mrd maar die valt pas vrij als de soja wordt aangemeld voor export. 'Hoe krijg ik die bonen zo snel mogelijk het land uit', dat is de vraag voor de president die in dit verkiezingsjaar het geld harder nodig heeft dan ooit. In Argentijnse akkerbouwkringen strijden verbazing en verontwaardiging om voorrang in de reacties op de interventies van de laatste maanden. De nationalisatie van de graanhandel is volgens velen het uiteindelijke doel in ideologische zin van deze president. Zij heeft nog niet bevestigd of zij zich opnieuw kandidaat stelt in de presidentsverkiezingen van oktober.

Bureau landbouwhandelcontrole opgeheven (25-02-2011)

De bureaucratisering van de landbouw en de handel in landbouwproducten komt met het opheffen van ONCCA dus niet ten einde.Dat staatssecretaris Moreno de verantwoordelijkheid overneemt voor wat de opvolger van ONCCA zal zijn, boezemt niet op voorhand vertrouwen in dat het beter zal gaan.Het opheffen van ONCCA werd van verschillende kanten in verband gebracht met een onderzoek naar corruptie binnen de organisatie die tevens een belangrijk instrument vormde in het clientelisme van de landbouwsubsidies. De directeur van ONCCA was jarenlang Ricardo Etchegaray, nu directeur van de Belastingdienst en net als Moreno iemand uit de 'inner circle' van Cristina Fernandez de Kirchner. Het onderzoek zal nu zeker lastiger worden maar misschien is er wel de hoop dat als ONCCA verdwijnt het onderzoek dat ook doet.

Prijzen van landbouwgrond (23-02-2011)

Prijzen van landbouwgrond in Argentinië stegen in de periode 2009 - 2010 gemiddeld met ruim 20%, met forse uitschieters in het vruchtbare hart van de provincie Buenos Aires. De gemiddelde grondprijs in het afgelopen jaar was US $15.000 per hectare., vergeleken met een gemiddelde van US$ 7.400,- gerekend over het laatste decennium. In 2002 – 2003 lag de prijs zelfs nog iets onder de US$ 3.000 per hectare. Voor de best gelegen gronden werden bedragen tussen de US$17.000 en de US$ 20.000 gerealiseerd. In de eerste maanden van 2011 lijkt bovenstaande trend zich door te zetten.Grasgronden stegen in de periode 2009 - 2010 gemiddeld met iets meer dan 21.0% tot US$ 2.300 per hectare.Voor de prijsstijgingen zijn een aantal redenen aan te wijzen zoals de stijgende prijzen en het hoge rendement van landbouwproducten. De grillige ontwikkelingen op de internationale financiële markten dragen verder bij aan de vlucht van kapitaal in land. Argentinie krijgt internationaal nogal wat kritiek dat het niet goed kijkt naar de herkomst van binnenstromend kapitaal. Een grote groep kopers van grond bestaat uit ondernemers uit andere sectoren dan de landbouw.Landbouwminister Julián Domínguez toonde zich eens te meer tegen grondbezit door buitenlanders. Hij gaf aan dat alle politieke leiders zich hiervoor sterk moeten maken en dat Argentinië zorgvuldig om dient te gaan met strategische, niet-hernieuwbare bronnen zoals grond. ‘Onze producenten zijn de meest concurrerende in de wereld en dat willen wij zo houden. Wij willen dat de kinderen van de huidige producenten de grond kunnen blijven bewerken’

Boeren roepen staking uit (12-01-2011)

Argentijnse boerenorganisaties hebben vanmiddag aangekondigd dat de commercialisatie van granen en oliehoudende zaden een week wordt stilgelegd vanaf maandag 17 januari. De maatregel volgt na een overleg dat de boeren vanmorgen hadden met de minister van Landbouw over de export van tarwe. Hoewel het een zeer goede oogst was van 14 mln ton, werd de export de afgelopen weken slechts in beperkte quota toegestaan. Door de geringe vraag van binnenlandse kopers - op jaarbasis is het eigen verbruik ruim 5 mln ton - zakte de prijs tot de helft van de wereldmarktprijs, simpelweg omdat er geen kopers waren.Landbouwminister Dominguez kwam vanmorgen met het toch wel verrassende bod dat de exportquota verspreid over het jaar 7 mln ton zouden zijn. De boeren zeggen dat elke quotering onzekerheid betekent, ook al omdat de staatssecretaris voor Binnenlandse Handel gewoonlijk op z'n eigen kompas vaart en in het verleden eigenhandig nog wel eens een rode streep door de toegezegde export haalde. De graanboeren lopen al jaren te hoop tegen de beperkende maatregelen. Dit jaar jaar is de tarweoogst belangrijker dan ooit voor het bedrijfsresultaat omdat nog maar moet worden afgewacht wat er door de droogte met de soja en de mais gaat gebeuren. De schattingen voor de komende maisoogst zijn inmiddels teruggebracht tot onder de 20 mln ton, en voor soja spant het erom of regen de komende dagen het zaaien mogelijk maakt van nog zo'n 2 mln hectare. President Kirchner kan in dit verkiezingsjaar de opbrengst van de exportheffingen goed gebruiken. Voor tarwe is die 23%. Gisteren kondigde ze nog een pakket zachte leningen aan om de graanboeren te paaien. "Waarom moeten we geld lenen van de overheid om problemen op te lossen die de overheid heeft geschapen?", mopperde boerenleider Llambias. "We willen tarwe zaaien, geen leningen oogsten".

Weer koopt China geen soja-olie meer (11-01-2011)

Veel sombere gezichten in de Argentijnse sojaindustrie: China is opnieuw opgehouden met het kopen van soja-olie en niemand weet waarom. Na een conflict dat zes maanden duurde, leek de lucht in oktober van het vorig jaar geheel geklaard. De Chinese kopers laten nu al echter anderhalve maand niets meer van zich horen en dat baart zorgen. De Argentijnse export van sojaolie naar China bleef met 170.000 ton in 2010 steken op 10% van de handel in het jaar ervoor. Volgens de in Beijing aanwezig minister van Industrie van Argentinie Débora Giorgi waren er geen belangrijke problemen en zou er in maart een vergadering gaan plaatsvinden met Chinese counterparts waarin 'de optimalisatie van de handel' aan de orde zou komen. Vor de industrie is het gissen naar de achterliggende redenen van de nieuwe kopersstaking. Argentinie heeft nimmer veranderingen aangebracht in z'n importbeleid dat zich kenmerkt door een groot aantal anti-dumpingmaatregelen tegen China. Ook wordt gesuggereerd dat China de inflatie wil beperken door de import te reduceren en daarom liever gebruik maakt van de strategische voorraad sojabonen die nog aanwezig is. Maar elders koopt het wel soja-olie. Vraagtekens alom dus. Egypte, Iran, Venezuela en de Dominicaanse Republiek waren door het wegvallen van China in 2010 de grootste afnemers in dat jaar. De vraag naar biodiesel is een dankbare aflaat voor de Argentijnen.Minister van Industrie Giorgi trachtte het belang van de sojaolie wat te reduceren. 'We willen graag praten met China over de diversificatie van ons exportpakket, over producten met meer toegevoegde waarde. Medicamenten, schoeisel, landbouwwerktuigen. En we willen graag praten over Chinese investeringen in ons land', aldus de minister. Maar duidelijk is wel dat de importbehoefte van China enorm is als het om soja gaat. De verwachte import in dit jaar ligt met 57 mln ton ruim boven de gehele Argentijnse productie.

Melkbeurs (07-01-2011)

De Graanbeurs te Rosario werkt plannen uit om een melknotering aan de beurs toe te voegen. Volgens voorzitter Amuchastegui bestaat er binnen de Argentijnse sector grote behoefte aan een dergelijke notering die transparantie in de prijzen geeft en als referentie kan dienen voor de melkveehouders en de verwerkende industrie.Voor de industrie is vooral de vorming van een termijnmarkt interessant. De melkproductie in Argentinie kwam in 2010 naar schatting uit op 10,4 mln ton. Er wordt gefluisterd dat door een omvangrijk informeel circuit de werkelijke productie tenminste 15% hoger zou kunnen liggen.

Productie pluimveevlees verdubbeld in zeven jaar (05-01-2011)

De productie van pluimveevlees in Argentinie is de laatste zeven jaar verdubbeld naar 1,7 mln ton. Volgens het strategisch plan van de koepelorganisatie CEPA zal de productie tot 2017 uitgroeien naar 2,5 mln ton. Een sterke groei van de export is een logische consequentie: van 325.000 ton in het afgelopen jaar naar 640.000 ton in 2017. Een forse toename van de binnenlandse consumptie heeft de industrie goed geholpen. Terwijl er in 2003 per hoofd van de bevolking nog 22 kilo kip werd gegeten, groeide de consumptie vorig jaar naar 36,5 kg (het niveau waar Brazilie op zit) terwijl verder groei naar 44 kg is voorzien in 2017. Daarmee komen de Argentijnen - geen kinderachtige rundvleeseters bovendien - op het niveau waar nu de VS zit. Volgens voorzitter Domenech van CEPA produceren de Argentijnse integraties de levende dieren tegen de laagste kostprijs ter wereld. In de verwerking zal de efficiency in de nabije toekomst verder moeten worden verhoogd. De overheid heeft een budget van $70 mln aan zachte leningen beschikbaar gesteld om deze verbeteringen door te voeren. CEPA wil ook de voederconversie doen dalen tot 1,7 of 1,8 kilo voer per kilo vlees.Een groot deel van de sector in geconcentreerd in de provincie Entre Rios. In de haven van Ibicuy wordt een logistiek centrum gebouwd om de pluimveesector te faciliteren. Volgens Domenech heeft de overheid de laatste jaren in de gaten gekregen welke waarde wordt toegevoegd aan het zo rijk beschikbare veevoer. ´We staan op de kaart. De VS zijn nu na Brazilie nog de tweede exporteur ter wereld maar die kunnen we inhalen. We gaan ons richten op sterk verbeterde technologie, meer dan simpele schaalvergroting. Dan hebben we ook voor het vlees de laagste kostprijs´.CEPA schreeuwt het niet van de daken maar de sector heeft de wind ook mee door de exportbelemmeringen die de overheid opwerpt voor mais. De binnenlandse prijzen dalen daardoor fors onder de theoretische exportprijs, zijnde de wereldmarktprijs minus 20% exportbelasting. In het voorjaar publiceert het Landbouwbureau van de ambassade te Buenos Aires een rapport over de Argentijnse witvleesproductie.